Restauratie

 

Brand en herstel
In 1990 ging de voormalige schuilkerk De Hoop door brand grotendeels verloren. Een door vele Diemenaren gevoerde actie voor restauratie had echter succes. De Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel (nu Stadsherstel Amsterdam N.V.) werd bereid gevonden het unieke monument te restaureren en na de (her-)opening in 1998 de exploitatie op zich te nemen.
De Hoop werd gerestaureerd met de bedoeling dat vooral ook Diemenaren er gebruik van zouden kunnen maken. Op de geschiedenis-pagina van deze website kunt u meer hierover lezen.

     
 

Restauratie onderscheiden Voor de restauratie van schuilkerk De Hoop kreeg Stadsherstel Amsterdam NV op 23 april 2002 een Europa Nostra diploma uitgereikt. De beschrijving die bij het diploma hoort luidt: "Voor de succesvolle restauratie van een voormalige rooms-katholieke schuilkerk, bedreigd door sloop na een brand maar gered door lokale initiatieven in samenwerking met een restaurerende instelling en aangepast voor multifunctioneel gebruik". De onderscheidingsplaquette is aan de buitenmuur bevestigd.

 

Beschrijving van het interieur van De Hoop

 
 


Kerkruimte

De kerkzaal van De Hoop is rechthoekig met een halfronde absis waar het altaar in gestaan heeft. Langs de beide lange zijden van deze zaal loopt een galerij die eindigt in een ruimte waar vroeger het orgel stond. De galerijen worden gesteund door een achttal Toscaanse zuilen. Ook op de omloop staan acht van zulke zuilen – recht boven de onderste – om het plafond te ondersteunen.

 

De galerijen lopen niet door tot het koor.Door deze verkorting van de omloop is een pseudo-transept gevormd, waarmee de hiërarchie tussen de verschillende delen van de kerkruimte wordt benadrukt. Bovendien wordt het zicht op het altaar daarmee verbeterd.

 

Decoratie
De decoratie is uitgevoerd in Lodewijk XVI stijl, voornamelijk in stucco. Rondom de kerkruimte loopt een architraaf met rijke kroonlijst, trigliefen en met classicistische rozetten versierde metopen. De zaal is eenvoudig, zonder ornamenten. Dit in tegenstelling tot het koorgedeelte, waar zich verschillende rijke stucdecoraties bevinden. De altaarnis is versierd met twee pilasters, bekroond met vergulde Ionische kapitelen, met daaronder dito festoenen. Tussen deze kapitelen en de altaarnis hangen eveneens vergulde festoenen.

 

De altaarnis zelf is bekroond met de vergulde letters IHS en een kruis, gevat in een vergulde cirkel. Deze cirkel is weer ingeklemd tussen vergulde krulversieringen. De letters IHS kunnen een aantal dingen betekenen: - Jezus, naar de eerste drie letters van het Griekse IHSOYS (IÈSOUS) - Iesus Hominum Salvator, Jezus redder der mensen - Iesus Hortatur Sanctorum, Jezus de vermaner der heiligen - In Hoc Salus, hierin (ligt) de zaligheid - In Hoc Signo (Vinces), in dit teken (zult gij overwinnen) Boven de twee deuren naast de pilasters in de absis zitten nissen waar beelden in gestaan hebben.

 

Hier weer boven zijn allegorische reliëfs aangebracht. Aan de oostzijde (kijkend naar het altaar aan de linkerkant) is het Lam Gods met in zijn poten een kruis en liggend op het boek met de zeven zegels uit de Apocalyps. Het pendant aan de overzijde is een allegorie op de Christelijke caritas, een pelikaan die haar jongen met haar eigen bloed voedt.

Boven de twee deuren naast de pilasters in de absis zitten nissen waar beelden in gestaan hebben. Hier weer boven zijn allegorische reliëfs aangebracht. Aan de oostzijde (kijkend naar het altaar aan de linkerkant) is het Lam Gods met in zijn poten een kruis en liggend op het boek met de zeven zegels uit de Apocalyps. Het pendant aan de overzijde is een allegorie op de Christelijke caritas, een pelikaan die haar jongen met haar eigen bloed voedt.

 

Het absisgewelf is versierd met vergulde allegorische voorstellingen van Geloof, Hoop en Liefde (van oost naar west). Het geloof wordt gesymboliseerd door een kruis, een pauzenkruis en een miskelk met hostie. De Hoop, recht boven het altaar, door een engel die een anker vasthoudt. De Liefde wordt weergegeven door een wolk omringd brandend hart dat stralen uitzendt. Boven de engel met het anker is het Oog Gods in een stralenkrans afgebeeld. Ook aan weerzijden van de absis bevinden zich deuren met erboven beeldennissen bekroond met reliëfs.
Boven de oostelijke deur zit een allegorische voorstelling van het Nieuwe Testament: een pauzenkroon, een wierook-brander en een miskelk met hostie. Het Oude Testament, aan de andere zijde van het koor, wordt gesymboliseerd door de tafel met de toonbroden met daar bovenop een lamp.

 

Rechts hiervan bevindt zich het brandende wierookvat, symbool voor Aäron – het priesterschap – en de twee tafelen der wet, symbool voor Mozes – het wereldlijk gezag. Aan de linkerzijde van de tafel staan de kroon en de scepter van koning David, rustend op zijn konings- mantel.

Eén uiteinde van het pseudo-transept wordt versierd met een platte nis, bekroond door een rijk stucornament bestaande uit krullen en festoenen. Dat aan de andere zijde is bij een verbouwing verloren gegaan.

 

Twee schilderijen maken de aankleding van het interieur compleet. "De wonderbaarlijke genezing door Christus" (Mattheüs 9 : 1-8, Marcus 2 : 1-12, Lucas 5 : 18- 26) is van Jacob de Wit (1695-1754). Het dateert uit 1716. Het stuk is afkomstig uit het pand Kalkmarkt 7, dat in 1978 aan Stadsherstel gelegateerd werd. Aangezien het kunstwerk na restauratie van het betreffende pand niet teruggeplaatst kon worden, werd besloten het te laten restaureren en daarna in de kerkzaal van De Hoop te hangen. Tot voor kort was niet bekend wie het gemaakt heeft. Het is aan Guus van den Hout, toenmalig directeur van het Museum Amstelkring (Ons' Lieve Heer op Solder) en Jacob de Wit-kenner, te danken dat de voor de leek moeilijk leesbare handtekening is ontcijferd.

 

Het andere schilderij "De Verrijzenis " van Johannes Voorhout (1647-1717) uit 1696 is geplaatst in de nis waar vroeger het altaar stond. Hiermee kreeg de lege nis de nodige kleur en diepte.

De prachtige barokke lijst van "De Verrijzenis" werd volledig gerestaureerd en op de originele wijze verguld. Het schilderij is afkomstig uit de Begijnhofkapel. Het werd hier overbodig toen in 1999 het altaarstuk dat oorspronkelijk in deze kapel gehangen heeft, de "Maria Hemelvaart" van Nicolaas Cornelisz. Moeyaert, in Amerika werd teruggevonden. De Stichting Het Begijnhof heeft het werk van Voorhout toen in bruikleen afgestaan om het interieur van De Hoop mee op te luisteren.